Er zijn momenten waarop ik de neiging nauwelijks kan weerstaan om de pen op te pakken en te reageren. Dat gebeurt vooral wanneer ik woorden hoor die een waarheid worden, maar het niet zijn. Soms is het in een gesprek, maar soms ook in een preek. De combinatie van die twee overkwam mij afgelopen tijd. Het draaide om deze zin: "Je moet je onwaardigheid voor God doorleven" Pas dan, zo wordt gezegd, besef je waarom je God nodig hebt.
In een gesprek met iemand anders liep diegene meteen naar de boekenkast en pakte Trommius: het naslagwerk met alle Bijbelse woorden en hun vindplaatsen. Ze zocht direct het woord onwaardig op. Daarmee kwam de vraag op tafel: is het eigenlijk wel een Bijbelse gedachte dat je je als mens onwaardig moet voelen voor Gods genade? Nog los van het feit dat onwaardigheid dan een voorwaarde zou worden om genade te ontvangen, is het de vraag of ‘je onwaardig voelen’ überhaupt een Bijbels begrip is.
Na die zoektocht bleek dat het woord onwaardig slechts drie keer in de Bijbel voorkomt. Nergens vind je een oproep om je onwaardig te voelen. De eerste tekst staat in Jesaja 53, waar wordt geprofeteerd dat Jezus de onwaardigste onder de mensen zal zijn: een beschrijving van de diepte van Zijn lijden. De andere twee teksten gaan over het onwaardig vieren van het Avondmaal. Daar wijst Paulus op een verkeerde manier van vieren, zoals die in Korinthe plaatsvond.
Toch hoor je in bepaalde kringen regelmatig de vraag: “Je moet je toch onwaardig voelen voor Gods genade?”
Mijn eerste vraag is dan: wanneer is die onwaardigheid groot genoeg? Maar direct volgt mijn tweede vraag: helpt dit mensen werkelijk om genade te ontvangen? Vaak gaat het juist om mensen die het moeilijk vinden om Gods genade aan te nemen en die hun leven lang in onzekerheid blijven over hun geloof. Misschien is daarmee het antwoord al gegeven. Dat wordt dan weer afgedaan met opmerkingen als: “Er worden er ook maar weinig zalig.”
Wat gebeurt er als we de vraag omdraaien? Hoe zou God kijken naar een geloofsbeleving die diep geworteld is in onwaardigheid? Misschien zijn het stevige woorden, maar ik denk dat God gruwt van zo’n geloofsbeleving. Niet omdat Hij streng is, maar omdat het simpelweg niet klopt. God kan het er nooit oprecht mee eens zijn. Hoe zou Hij kunnen willen dat wij ons onwaardig voelen voor Zijn genade, terwijl Hij ons zó waardevol vindt dat Hij Zijn eigen Zoon geeft om ons te redden? Als iemand ooit heeft laten zien dat wij waardevol en waardig zijn, dan is het God zelf — door Jezus te geven.
Als wij in Zijn ogen niet waardevol genoeg waren, had Hij ons nooit opgezocht. Dan was er geen reddingsplan geweest. Juist omdat Hij ons waardig en waardevol acht, komt Hij ons tegemoet met Zijn genade.
De nadruk op onze onwaardigheid houdt ons weg bij het Evangelie vandaan. Sterker nog, er is een vijand van God die geniet van deze vorm van religie. Zolang dit de maatstaf is, is het nooit goed genoeg — hoe vroom het ook klinkt. Mensen blijven achter in onzekerheid en duisternis. In Gods ogen zijn wij niet onwaardig, want wie Zijn genade in Jezus heeft aangenomen, heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden. Dat spreekt niet van onwaardigheid, maar van waardigheid.
Laten we in de Naam van Jezus deze bolwerken afbreken en Gods genade niet langer in een kwaad daglicht zetten.